Over statistieken, peilingen en een politieke koers

CDA

In de afgelopen jaren heb ik mij binnen mijn partij, het CDA, regelmatig gekeerd tegen een koers die in hoge mate was gebaseerd op de onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), in de media met name bij monde van Kim Putters verwoord. De cijfers heb ik nooit bestreden, de interpretatie wel: het maakte de koers te somber, te weinig gericht op het bieden van hoop. Of platter gezegd: te populistisch. Dat alles nog los nog van het feit dat je moet oppassen om je koers als partij te veel op statistieken en peilingen te baseren.

Dat neemt niet weg dat ik altijd waardering heb gehad voor de leiding van mijn partij dat ze oog hadden voor de situatie van de mensen met minder perspectief dan de gemiddelde Nederlander. Dat ze ook probeerden een stem aan die mensen te geven en daar beleid op te maken. Net zoals ik het ook waardeerde dat dit niet gebeurde op basis van alleen eigen onderbuikgevoelens of vanwege wat iemand op straat of aan de bar tegen onze politici riep. De cijfers werden serieus genomen. Ik heb gemerkt dat de cijfers van met name het SCP jaar na jaar werden gespeld en besproken. Bij optredens samen met Kim Putters, leek het alsof Sybrand Buma de cijfers nog beter uit zijn hoofd kende dan Putters. Al met al was het een doorleefde, integere poging om aan te sluiten bij de zorgen van mensen. Natuurlijk zaten er ook strategische overwegingen achter, maar dat mag. Nogmaals, ik had kritiek en vond het te eenzijdig, maar respecteerde het ook.

Recent komt dan een SCP-onderzoek met een heel andere toon. De gezamenlijkheid staat voorop, datgene wat door een grote meerderheid van de Nederlanders wordt gedeeld: “Ondanks scherpe tegenstellingen in het publieke debat zijn Nederlanders eensgezind over wat Nederland tot Nederland maakt” (Kop persbericht SCP, 26-6-19).

Het is een toon waarbij ik mij veel beter thuis voel en wie ben ik om aan de cijfers te twijfelen. Maar de timing vind ik opvallend. De stemming in het land verandert en opeens komen er bijpassende cijfers. Het is aan de media om daar kritische vragen bij te stellen, maar zelf denk ik: zijn de onderliggende cijfers over grote groepen die niet zijn aangehaakt daarmee echt van tafel? Het is hoogconjunctuur, fijn dat daarvan nu iets in de stemming begint door te komen, maar zijn we klaar voor tegenwind?

Ga je naar de het volle persbericht en de onderliggende cijfers, dan is veel nog wel degelijk hetzelfde: een land dat het overwegend goed tot heel goed heeft, maar met genoeg groepen die reden hebben om te zeggen dat de welvaart hen voorbijgaat. De ‘deplorabelen’ zijn nog wel degelijk in de statistieken te vinden.

Het is in de kop van het SCP-bericht dat ik een paar zaken bij elkaar zie komen waardoor de hoofdboodschap is veranderd van accent op de ontevreden minderheid naar de grote gemeenschappelijkheid. En daar richt ik mij hier op.
Allereerst zie je een eerste doorwerking van de verbeterde economie; de burgers beginnen het toch te voelen (bijna 5 jaar na het einde van de recessie!). Is het niet bij het SCP, dan zie ik wel bij veel burgers een groeiende afkeer tegen het populisme: Forum is sterk geworden; maar de oppositie tegen Forum ook. In dat kader is er ook de behoefte aan informatie die tegen de populistische trend ingaat en daarom is het volgens mij geen toeval dat het SCP met een persbericht onder deze kop komt.

Er zit ook een stevige waarschuwing onder de cijfers: de steun voor het klimaatbeleid brokkelt wel degelijk af, ook al is er nog een meerderheid te vinden. En al is er nog een grote meerderheid voor het vieren van Sinterklaas met een zwarte Piet, die steun brokkelt ook af.

 

Een andere waarschuwing komt vandaag (opnieuw) van Maurice de Hond: de verschillen tussen hoog en laagopgeleide mensen blijft sterk en wijst op een echte tweedeling, ook politiek. Daarbij hebben de hoogopgeleiden het structureel voor het zeggen en zij zijn dan ook degenen die een meer optimistische levenshouding met elkaar delen. Dat doorbreken is de echte opgave op de langere termijn.

grafiek-blogjuli2019

Wat – nogmaals, sterk geïnspireerd door SCP-analyses – het CDA onder Buma heeft gedaan, is een extra focus richten op wat de nieuwe ‘kleine luyden’ leken: mensen van goede wil, die echter een gevoel van frustratie delen met de moderne maatschappij. En naar het lijkt niet zonder reden. Achteraf moet je concluderen dat deze groep helaas één belangrijk kenmerk mist van de oude ‘kleine luyden’: een wenkend perspectief om het door hard werken beter te krijgen, ook en juist voor de volgende generatie. Voor sommigen wenkt dat perspectief wel, niet in het minst in de migrantengemeenschap, maar de barrières blijken te hoog om ze zonder zelf-organiserend vermogen te boven te komen (zie mij voorstel:). Voor anderen, doorgaans van mijn eigen babyboom generatie, lijkt het eerder een kwestie van vooral bevestigend willen worden in het eigen ongeluk en is machteloze boosheid een houding geworden. Dat zijn de werkelijk deplorabelen. Een bron van nieuw elan, van emancipatie, zijn beide deelgroepen helaas niet geworden. De intentie was goed, maar leidde richting een doodlopende weg. Het zal waarschijnlijk ook de macht van een enkele partij te boven gaan, reden waarom de fragmentatie van partijen meer dan alleen een beetje hinderlijk is.

ps2019-schema-jul2019

Er zijn twee lessen.

De eerste is een algemene: redeneer vanuit je eigen waarden, niet vanuit bevolkingskenmerken. Doe dat hoogstens in het ‘fine tunen’ van je boodschap tijdens een campagne. Een algemene boodschap moet altijd op maat worden gemaakt en daar kunnen data-analyses een goede dienst bij bewijzen.

Maar het is niet waar het start. Een partij met waarden als het CDA, die haar draagvlak zo breed mogelijk wil hebben, doet er goed aan ook voorbij de kop van het persbericht van SCP naar de onderliggende analyse te gaan. Binnen dit beperkte kader wil ik dan vooral wijzen op het verschil tussen wat Nederlanders denken wat ze met elkaar gemeen hebben – en dat is veel, door het SCP verzameld in 14 dimensies – en de mate waarin die dingen zorgen voor een gevoel van verbondenheid met Nederland. Dat wil dus zeggen: ze kunnen een gevoel van gemeenschappelijkheid actief oproepen. De spreiding daarin is bij deze tabel 7.2. beslis groter dan bij de vraag naar wat ‘typerend’ is voor Nederland (7.1).

Het is moeilijk de verleiding te weerstaan diep in de tabel en de onderliggende data te duiken. Maar voor wie vooral bij de massa aan wil sluiten, is de lijn wel duidelijk. Ben je als partij ‘data-driven’, dan ga je voor de symbolen, tradities en sportprestaties waarop onze burgers zich betrokken voelen en weet je dat je in ieder geval één ding niet moet doen: islamitische tradities koesteren. Dat laatste lijkt echt een zelfmoordstrategie.

En dit geeft wat mij betreft gelijk al aan waarom een volwassen partij niet zonder meer in deze benadering stapt. Doe je dat namelijk wel, dan zal je vroeg of laat in ieder geval merken dat je als partij te weinig onderscheidend bent. Elke partij die het niet meer weet – en dat zijn er velen – zullen naar de mediaan van het tabelletje gaan en daar denken dat ze kunnen gaan oogsten. Het zal ze tegenvallen. Wie de geschiedenis van de eigen partij kent, weet dat ze is gegroeid vanuit een destijds nieuw verhaal, waarin de partij zich onderscheidde en juist een mogelijkheid voor ontwikkeling werd geboden. Dus eerst tegengesteld denken, voordat je gaat zitten waar iedereen al wil zitten. En dat vergt weer eigenwijsheid en de bereidheid om eerst een minderheidspositie in de te nemen. De Joods-Christelijke traditie omarmen – jawel, samen met de Islamitische traditie – en het accent op deugde te leggen, zou daarom best wel eens vruchtbaar kunnen zijn. Of ik p zo’n partij ga stemmen? Dat weet ik niet, maar ik beschouw mijzelf dan ook helemaal niet als een typische CDA’er. Het hoogste nut van tabellen als deze is dat ze je laten nadenken over wie je bent en waar je voor staat. Laat de koppen maar voor wat ze zijn: op statistieken gebouwde schijnwerelden.

Peter Noordhoek

Fig2-schema

Commentaar bij de coalitieonderhandelingen in Zuid-Holland

Op basis van de ingewikkelde uitslag van de provinciale statenverkiezingen van 2019, waarin het CDA in Zuid-Holland helaas relatief slecht presteerde, moeten er nu onderhandelingen worden gevoerd om tot een werkbare coalitie te komen. Het initiatief daarvoor ligt bij de winnaar van de verkiezingen, de nieuwe partij Forum voor Democratie (FvD). Vrij snel hebben de fracties van VVD en CDA te kennen gegeven dat ze willen onderhandelen met FvD en recent hebben ook CU/SGP hetzelfde aangegeven.

Binnen mijn partij, het CDA, hebben lijsttrekker en onderhandelaar Adri Bom-Lemstra en Meindert Stolk, de fractievoorzitter, in een kort na de verkiezingen gehouden algemeen bestuur uitleg over de gekozen koers gegeven. Het is daarna niet rustiger geworden. Om die reden heb ik onlangs een brief aan beide bestuurders gericht en aan Relus Breeuwsma, de voorzitter van CDA Zuid-Holland. De brief heb ik hieronder, zoals aangekondigd, vertaald in een soort blog. Op 4 juni is er een Algemene Ledenvergadering en dan wil ik niet dat iemand verrast is over mijn mening. Die mening start met een brief en gaat na die brief verder met een afweging over de vraag of structurele samenwerking wel aan de orde kan zijn, wat samenwerking zegt over onze koers als partij en waar uiteindelijk de ondergrens ligt.

Een brief

Aan fractie en bestuur CDA Zuid-Holland

Gouda, 25 mei 2019

Beste Adri, Meindert en Relus,

Op 23 maart jl. vonden de provinciale statenverkiezingen plaats. Ik had die dag een bijeenkomst in Brussel over het lidmaatschap van Fidesz en was pas zo laat in Nederland terug dat ik alleen nog een klein stukje van de landelijke slotavond heb meegemaakt en niets van jullie avond. Ik heb met Zuid-Holland triomfen en nederlagen meegemaakt en dat niet aanwezig zijn voelde heel verkeerd; ik had jullie graag een hart onder de riem gestoken.
Het zal een van de redenen zijn dat ik mij de afgelopen weken stil heb gehouden over jullie coalitieonderhandelingen, maar ik wil nu niet langer stil blijven. Het is in mijn ogen tijd om een knoop door te hakken ten aanzien van de deelname van Forum voor Democratie aan een mogelijke coalitie. Eerst neem ik jullie graag mee in mijn afwegingen, omdat ik denk dat de motivatie van belang is en ik mij goed voor kan stellen dat jullie al zo ver in het traject zitten dat elk commentaar nu als mosterd na de maaltijd voelt. Zo is het zeker niet bedoeld.

Wat ik goed vond aan jullie benadering is dat jullie Forum niet direct op de hoop van de PVV hebben gegooid. Het aantal op Forum uitgebrachte stemmen (de grootste partij!) en de pure onduidelijkheid over hun intenties rechtvaardigden dat. Elke nieuwe partij verdient een kans. Op die basis heeft ook de SP in het verleden kansen gekregen en je kan allerlei kritiek op deze partij hebben (zeker naar aanleiding van het Brusselmans filmpje), maar ze hebben ook vaak goede bestuurders geleverd. De sleutelvraag of Forum een PVV of SP-achtige partij is, werd door jullie bij de algemeen bestuursvergadering van Zuid-Holland kort na de uitslag stevig in de laatste zin beantwoord: ze onderhandelen constructief en sluiten zich aan bij onze inhoudelijke lijn. OK, het is aan jullie.

De twijfel begon de zaterdag erna bij het interview van Otten in het NRC en de daaropvolgende machtsstrijd. Deze werd duidelijk gewonnen door Baudet. Dag SP-scenario, is dan de logische conclusie. Een conclusie die sindsdien alleen maar is versterkt.

Twijfel kwam ook bij de realisatie dat een onderhandelaar als Rob Roos kandidaat was voor zowel PS, GS, EK, EP-kandidaat als bestuurslid en daar kennelijk geen staatkundig probleem in ziet. Het roept ook de vraag op met wie wordt onderhandeld en wat het echte scenario in de onderhandelingen is.
Vervolgens krijgen we dan richting de EP-verkiezingen een reeks typische Baudet-incidenten: de retweet van het ‘Wir Haben es Nicht Gewust’ filmpje, de recensie met discriminerende tendensen en in het debat met Rutte de MH-17 uitspraken, etc..

Dat alles is nog tot daaraantoe, maar echt beslissend is de koppeling die met name door Rutte expliciet wordt gelegd tussen de onderhandelingen in Zuid-Holland en de uitlatingen van Baudet. De Zuid-Hollandse coalitie is in deze verkiezingen Chefsache geworden.

Besef wat dat betekent. Ik ben nu de biografie van ben Knapen over Oldenbarnevelt, de raadspensionaris van Holland, aan het lezen en dit zijn de momenten, nu zeldzaam, dat je opeens weer weet: “Je hebt Holland en dan is er de rest.” Zuid-Holland is van alle provincies de provincie die niet de illusie moet hebben dat wat hier gebeurt geen impact heeft op het landelijke en andersom. Richting volgende verkiezingen kan dus op landelijk niveau niet vrij worden geopereerd zolang er een samenwerking met FvD is. Je kan verwijzen naar de situatie met de PVV tijdens Rutte I, maar dat is echt anders: toen stond wat in Z-H gebeurde in de schaduw van deelname van het PVV aan dat kabinet. Kortom; deelname van FvD aan de coalitie in Zuid-Holland heeft impact op het landelijke en dat is nadelig als we afstand nemen richting Baudet en zijn ploeg. Waarom zouden we die ballast met ons willen meedragen? Zeker niet nu Baudet zich ook weer van zijn kwetsbare kant heeft laten zien in de Europese verkiezingen.

In deze nieuwe situatie wordt de ruimte te klein om nog door te gaan met de onderhandelingen inclusief FvD. Ik weet niet welke conclusie de andere deelnemende partijen zullen trekken, maar mijn advies is om dat niet af te wachten.

(…)

Sterkte met de afweging,

Met de allerbeste groeten,

Peter Noordhoek

Een vriendelijk antwoord

In antwoord op mijn brief heb ik een vriendelijke mail in antwoord gekregen: “Peter, dank voor het heldere signaal. Ik heb het gedeeld met de fractie. Je hebt gelijk dat een zorgvuldige afweging op zijn plaats is. Dat is ook wat de fractie doet en waar wij verantwoording over zullen afleggen aan onze leden. Op de ALV volgende week zal ik graag een toelichting geven.”

Het is een correcte mail, maar een die natuurlijk de nieuwsgierigheid oproept naar wat dan wel de uitkomst van de afweging wordt. Belangrijk hier is het ‘Verantwoording afleggen’. Dit is correct. Het is aan de fractie om een besluit te nemen over deelname aan een bepaalde coalitie en het onderliggende akkoord. Op 4 juni is er een ALV van het CDA Zuid-Holland en deze gaat dus niet over de beslissing zelf. Dat is op zich ook logisch: wij als leden kunnen niet alle dimensies van de gesprekken overzien. Dit is echter wel het moment waarop wij, gehoord de verantwoording, aan de onderhandelaars mee kunnen en moeten geven hoe we als leden tegen een samenwerking met FvD aankijken mocht dat nog steeds de ingezette lijn zijn.

Geen structurele samenwerking met een stuiterbal

Daarbij zou ik overigens een onderscheid willen maken tussen structurele samenwerking met Forum in het kader van een coalitie, of meer incidenteel samenwerking zoeken per dossier of stemming. Dat laatste kan altijd en met elke partij. Maar bij een structureel samenwerking moet bedacht worden dat Forum nu nog een heel jonge partij is en de antecedenten zijn niet goed. Voorganger Thierry Baudet ken ik van wat debatten, maar vooral door het referendum over Oekraïne. Hij is medeverantwoordelijk geweest voor een campagne waarin is samengewerkt met Cambridge Analytics en er zeer waarschijnlijk Russische invloed is geweest. Heeft de vos zijn streken echt verleerd? Daarbij is hij er in geslaagd om tussen de verkiezingen in maart en mei een half miljoen kiezers te verliezen. Dat is nogal wat binnen twee maanden. Het lijkt me verstandig om even een paar jaartjes af te wachten voordat structurele samenwerking wordt gezocht met een partij die toch echt meer dan een stuiterbal of een raider moet zijn.

Consequenties van een politieke middenkoers

De goede lezer heeft ondertussen gezien dat ik in mijn brief geen inhoudelijk standpunt heb ingenomen: ik wijs vooral op enkele afwegingen die volgens mij relevant zijn voor een goed besluit. Beslist de fractie anders, dan is dat hun goed recht. Dat betekent echter niet dat ik die inhoudelijke standpunten niet heb. Ik voel mij nu vrij die hier te geven.

Dat doe ik vanuit de gedachte dat het CDA terug moet naar het politieke midden. Mogen er dan geen ‘rechtse’ of conservatieve dingen meer worden gezegd? Natuurlijk wel: onze lijn ten aanzien van bijvoorbeeld veiligheid, defensie en ondernemerschap mag gehoord worden. Laten we vooral de belastingdruk lager krijgen en zorgen dat we ook veel meer aan bureaucratiebestrijding doen. Als dat een ‘rechts’ geluid is: laat het horen. Maar in een goede middenpartij gaat dat vergezeld van een stevig sociaal geluid en is er altijd ruimte voor medemenselijkheid en mededogen, ook als het om migranten gaat. Als dat ‘links’ of progressief is, is dat prima. Als het maar beide gebeurt. Maar er moet ook meer gebeuren en dan bij uitstek op het terrein van duurzaamheid.

Bij een middenpartij hoort ook – hoort juist – een helder geluid. Laat ik er een afgeven. Mijn ‘babyboom’ generatie heeft het grootste deel van het leven economische meewind gehad en eigenlijk nooit ergens voor hoeven te vechten. Nu er dan wat te vechten is – hoe gaan we om met de klimaatverandering? – verschuilen we ons te makkelijk achter gelegenheidsargumenten om maar niet te hoeven veranderen. De goede niet ten kwade gesproken, maar ik geneer me dood. Daarbij moeten we ons realiseren dat, zeker in Zuid-Holland, de toekomst aan de stad is en aan de jongeren. Die hebben andere prioriteiten, zeker als het om duurzaamheid en leefbaarheid gaat. Dat vraagt onmiskenbaar om een andere positie en profiel dan we als CDA nu hebben. We zullen de partij van rentmeesterschap zijn, of we zullen niet zijn. En dus, in alle pragmatiek, daar past geen coalitie met klimaatontkenners bij.

Wat ons onderscheid

Wat ons als CDA ten slotte zou moeten onderscheiden, is het idee dat mensen verantwoordelijkheid nemen en de gemeenschappelijkheid zoeken. En daarin zit dan tegelijk ook onze ondergrens. We moeten niet elke nieuwe partij als extreem gaan beschouwen, maar Arnhem heeft ons geleerd om bij twijfel afstand te houden. Of beter nog, Angela Merkel navolgen door expliciet te zeggen dat we ons niet verbinden met populisten en extremisten. Let dan op hoe het nu gaat. Ben je voor verantwoordelijkheid nemen, dan herken je het als iemand schuld en verantwoordelijkheid juist steeds afschuift (of geen verantwoordelijkheid neemt voor de eigen woorden). Zoek je de gemeenschappelijkheid, dan zie je het wanneer verdeeldheid wordt gezaaid en in onwaarachtigheden wordt gehandeld. Dan maak je onderscheid. Dan blijf je ver van het Forum van Thierry Baudet.

Peter Noordhoek

Werkende armen verenigen

Naar een andere manier om met een armoedevraagstuk om te gaan

Dit najaar is er onder meer bij de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aandacht gekomen voor het vraagstuk van de ‘Werkende armen’. In een recent SCP-rapport is een analyse gemaakt van de problematiek van deze grote groep werkenden die niet voldoende verdienen om rond te komen en in de praktijk onder het minimumloon werken.

De reflex is om deze groep te benaderen als onderdeel van een klassiek armoedeprobleem dat al opgelost is langs de lijn van de gemeentelijke bijstand. Onvoldoende inkomen? Vraag maar een uitkering aan. Principe en praktijk rijmen daar niet mee. Het principe is dat werk moet lonen en dat te snel in een bijstandsuitkering terugvallen daar geen recht aan doet. De praktijk is dat gemeenten deze groep niet goed weten te bereiken en andersom. De beste manier om aan beide bezwaren tegemoet te komen is niet primair langs de weg van geld of overheid, maar door betere manieren te bedenken om op ‘vak’ niveau de werkende armen te benaderen en organiseren. Niet beginnen dus bij de overheid, maar bij de verenigingen zoals wij die al hebben. In deze blog werk ik dat verder uit. Saai en vrij degelijk. Wie iets leukers te lezen heeft, moet dat zeker gaan doen.

SER-aanvraag

De minister heeft bij de begrotingsbehandeling op vragen van de Kamerleden Peters (CDA) en Van Brenk (50+) toegezegd de vraag over de wijze van organiseren van werkende armen door te geleiden richting de Sociaal Economische Raad, de SER. Dat is echt mooi, maar ik ben er niet helemaal gerust op dat die vraag wel op de goede manier beantwoord gaat woorden. Mijn kennis en expertise ligt niet op het terrein van sociale zekerheid, maar van verenigen meen ik wel wat verstand te hebben en juist op dat terrein ligt volgens mij de uitdaging. Het recente mislukken van het pensioenoverleg doet vermoeden dat ook daarbij het mislukken eerder op het niveau van de wijze van organisatie van de achterban moet worden gezocht dan in de pensioenproblematiek op zich. We moeten als het ware opnieuw ontdekken hoe we onszelf in de Nederlandse samenleving organiseren. Ooit hadden we daar krachtige verenigingen voor, maar hun rol is onder druk komen te staan. Dat moet anders.

Werkende armen

Eerst een korte kenschets van de problematiek van ‘werkende armen’. Het is een problematiek die wel eerder in beeld is geweest, maar het SCP-rapport van september 2018, ook kundig verteld door het NRC, laat zien hoe hardnekkig het probleem is. Het SCP spreekt van 320.000 werkende armen, een stijging van 50% ten opzichte van 2001 en die stijging gaat door. Hoeveel het er precies zijn is overigens moeilijk vast te stellen. Slechts een op de drie gemeenten heeft überhaupt werkenden als doelgroep in beeld.

Aan wie moeten we concreet denken? Bij werkende armen kan gedacht worden aan de zelfstandige die een garage begint en er al zijn geld en tijd in investeert, maar eigenlijk te weinig verdient om rond te komen. Denk ook de parttime postbode, de kamerschoonmaakster in het hotel. Vaak hebben ze meer dan één baan, maar het is niet genoeg om rond te komen. Velen hebben een migranten achtergrond, maar lang niet allen. Sommigen hebben nu een geel vestje aan, de meesten voelen daar geen tijd voor.

Van alle redenen waarom de problematiek van de werkende armen hardnekkig is, springen er twee boven alles uit. De eerste is de kwetsbaarheid van de groep. De tweede is het gegeven dat het doorgaans om een meervoudige problematiek gaat.

Voor wat betreft de kwetsbaarheid betreft is het wel oppassen geblazen, want het doet geen recht aan de groep om ze als zielig neer te zetten. Er is wel een groep die volgens het SCP, zoals dat heet, een ‘laag arbeidsethos’ heeft. Maar over het algemeen gaat het om hardwerkende wensen die tegen een stootje kunnen en terecht trots zijn op wat ze doen. De kwetsbaarheid zit vooral in het feit dat ze kostwinnaar zijn en de zorg hebben voor een gezin. Er hoeft maar een wasmachine kapot te gaan en alle mooie plannen kunnen naar de prullenmand. Tijd voor meer dan het werk lijkt er niet te zijn.

Wat de meervoudige problematiek betreft: de problemen met het werk kunnen groot genoeg zijn, maar dit moet ook weer tegen de achtergrond worden gezien van de vraag hoe vaardig men is om in de samenleving overeind te blijven: het percentage dat analfabeet is of een taalachterstand heeft, is verhoudingsgewijs hoog. Om diezelfde reden is het percentage dat gebruik weet te maken van allerlei toeslagen en regelingen weer extra laag. Drempels zijn hoog en vaak onzichtbaar. Tijdens een voorgaande regeringsperiode werd er eens een pot voor armoedebestrijding in het leven geroepen waar 100 miljoen in zat. Daarvan ging 17 miljoen op aan overhead, werd er 40 miljoen door de gemeenten naar hun uitkeringstrekkers gesluisd en bleef het overige deel, bestemd dus voor de werkenden, op de plank liggen. Het werd gewoon niet opgehaald. De doelgroep wist het loket niet te vinden of wilde het niet vinden.

Kern: gebrek aan zelf-organiserend vermogen

De kern van het probleem lijkt daarmee nog eerder het gebrek aan zelf-organiserend vermogen dan het gebrek aan geld. Lidmaatschappen van vakverenigingen zijn er zelden. Het lijkt niet moeilijk te oorzaken daarvoor te noemen. Niet zelden voldoen ze niet aan de eisen voor lidmaatschap of worden de kosten als te hoog gevoeld. Zijn ze wel lid, dan verschijnen ze vaak niet. Domweg omdat ze er de tijd niet voor hebben of in ieder geval niet de tijd om de weg naar invloed te vinden. Maar ook omdat ze niet weten wat een vereniging te bieden heeft in termen van opleidingen, verzekeringen of het samen kunnen mopperen op de boze buitenwereld. Ze weten letterlijk niet wat ze missen.

En laten we wel zijn, ook van de kant van de branche- en beroepsverenigingen zijn er weinig redenen om naar het lidmaatschap van de werkende armen te gaan lonken. Zijn ze mini-ondernemers, dan is het voldoen aan de professionele maatstaven vaak een hele opgave. Eerder worden ze als Beun de Hazen, valse concurrenten, gezien dan als een welkome aanvulling op het verenigingskader.

Schermafbeelding-2018-12-09-om-20.40.43-1024x538

Gaat het om mensen met laaggeschoold werk met een honorering die op of onder Cao-niveau ligt, dan is er ook weinig reden om te gaan lonken naar hun lidmaatschap. Kunnen ze hun contributie wel betalen? Willen we wel aan ondermijning van de Cao meewerken? Niet dus. Daarbij komt, laten we daar ook niet onhelder over zijn, juist bij deze groep relatief vaker problemen voor in de sfeer van misbruik en fraude. Wil je dat naar je toetrekken? Niet snel dus.

Kortom; de lage organisatiegraad is eigenlijk heel logisch als je naar de onderliggende oorzaken kijkt. Ze komt van beide kanten en is mede daardoor behoorlijk hardnekkig. En toch moet er iets gebeuren. De analyse over het gevaar van een te grote afstand tussen onder- en bovenklasse is al voor de gele hesjes vaak genoeg gemaakt en wordt breed gedeeld.

Langdurige inspanning

Wie de geschiedenis van de opbouw van de verzorgingsstaat een beetje doorheeft, weet dat daarvoor veel meer nodig was dan wetgeving en een ontmoeting van werkgevers en werknemers. De rol van branche- en beroepsverenigingen is de onmisbare basis waarop al die andere dingen konden gebeuren. Met alle respect voor vakbonden of werkgeversverenigingen; zij zijn niet degenen die de Vele Kleine Dingen Doen die uiteindelijk een samenleving opbouwen waarin een polder kan gedijen. Het is andersom: eerst is er een basis van mensen die opgroeien in een vak of beroep, daarna komt pas de belangenbehartiging. Die les moet in het achterhoofd worden gehouden als we het hebben over de organisatiegraad van werkende armen. Het slechte nieuws: we hebben het dan over een langdurige inspanningen. Een inspanning die start bij de basis: het werk dat men doet en de vereniging die dat kan organiseren.

Maar in het verleden is het wel gebeurt en we zijn er met z’n allen alleen maar beter van geworden. Het wordt dus tijd om de vereniging als emancipatie-bouwer te herontdekken. Maar dan wel op een slimme manier, anders gaat het niet werken.

Voorstel

Het voorstel dat ondergetekende in een resolutie voor een CDA-congres heeft neergelegd, maar wat niet terug is gekomen in het Kamerdebat – en dus reden voor deze blog, het is niet anders – komt neer op een deal tussen een werkende, de vereniging en sociale partners. De kern is een omkering van de normale gang van zaken. Normaal is dat een werkende beslist om zich aan te sluiten bij een vereniging, contributie betalen en dan te gaan profiteren van de lusten en lasten van wat de vereniging heeft te bieden. De omkering komt vanuit het idee dat hier het de vereniging is die de werkende lid maakt en hem of haar laat deelnemen aan wat de vereniging te bieden heeft. Dus de vereniging heeft een actieve rol, wacht niet af. De vereniging zorgt er ook voor dat het nieuwe lid snapt wat van hem of haar wordt verwacht en zorgt voor de opleidingen en activiteiten die bij het lidmaatschap horen. En dat net zolang tot het lid zelf in staat is om volwaardig lid van de vereniging te zijn.

Collega’s die collega’s benaderen

Nogmaals, dat gaat waarschijnlijk niet vanzelf. Als het makkelijk was, dan werd het al gedaan. Het lijkt logisch voor een branche- of beroepsvereniging een aparte eenheid op te zetten die met leden en medewerkers projectmatig aan de slag gaat. Het idee is dus dat de vereniging potentiële leden, tevens werkende armen, identificeert en een lidmaatschap aanbiedt. Dit gebeurt langs de lijnen van het vak zoals dat wordt uitgeoefend. Het zijn in beginsel collega’s die collega’s benaderen en een aanbod doen. Ontmoeting en opleidingen zijn onderdeel van het aanbod. De vereniging biedt het lidmaatschap gratis aan, het nieuwe lid brengt tijd, energie en aandacht. Gaat het goed, dan heeft de vereniging er op korte termijn een goed nieuw lid aan en het nieuwe lid kan aan zin of haar competenties werken en leren om met lotgenoten op te trekken. Er kan natuurlijk van alles bij en omheen worden gedacht.

Het betekent dus een investering van de kant van de verenigingen. Vanuit hun maatschappelijke taak zou je van veel verenigingen mogen verwachten dat ze de kosten hiervan zelf kunnen opbrengen, maar er is ook een gezamenlijk belang. Een belang dat zich kan vertalen in financiering door sociale partners, inclusief de overheid. Daar zitten uiteraard voorwaarden aan vast. Het belangrijkste lijkt mij te zijn dat gelden gebonden blijven aan het ‘vak’, dat wat de werkende armen nodig hebben om zich op eigen kracht te ontwikkelen en hun trots te behouden.

Peter Noordhoek

Bronnen:

SCP, 2018: Als werk weinig opbrengt. https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2018/Als_werk_weinig_opbrengt

Resolutie CDA Zuid-Holland ‘Werkende armen’, CDA-congres 3 november 2018.

De 1ste prijs gewonnen voor mijn gedicht ‘Storm’

Kijk nou toch.

De 1ste prijs gewonnen voor mijn gedicht ‘Storm’ en de wijze waarop ik dat voordroeg. Een eer! En met zo’n schitterende bokaal! Dank aan Wrong Direction, Chris, Hanneke, Herman en iedereen in het IJsselhuis. Mooi om te zien hoe ‘Dichters op Donderdag’ zo’n vlucht heeft genomen.

PetermetPrijs

Bart van der Harst
Een overtuigende keuze van de jury, die er best een uitdaging aan had, gezien het dichterspotentieel. Gouda Poëzie Stad (gps), die titel is eens te meer van argumenten voorzien. Proficiat Peter! En chapeau a toutes. Was een gedenkwaardige avond.

“Bezinnen en Beginnen”

25 jaar kerst en nieuwjaarsgedichten

Het boekje is een reeks van 25 jaar kerst en nieuwjaarsgedichten. Die heb ik gebundeld met alle andere gedichten en verzameld over 25 jaar.Een mooie bundel onder de naam “Bezinnen en Beginnen”. Met een kerstkaart komt de boodschap zoveel beter over dan b.v. een video of facebook. Heeft u hier belangstelling voor lees verder…

Peter Noordhoek

Deze jaarwisseling verschijnt nu een bundel met een selectie van alle kerstkaarten en gedichten onder de titel ‘BEZINNEN EN BEGINNEN’. Als u de kaarten al langer ontvangt, zal de inhoud u bekend zijn, al zijn er een aantal gedichten bij die nog niet eerder zijn gepubliceerd.

De bundel is deze weken in enkele boekhandels te koop of te verkrijgen via een email naar het bekende adres. De bundel kost 10 euro + verzendkosten of is gratis voor degene die na lezing een niet al te objectieve recensie schrijft.