dpnincirkel

Ik ben … Peter Noordhoek

Beste Peter, wie ben je en wat doe je eigenlijk? Tsja. Er zijn mensen die dat in een enkel woord kunnen vatten – boer, dokter, bouwer – maar daar hoor ik niet bij. Daarvoor doe ik teveel verschillende dingen. Ik hoop dat mensen mij zien als iemand die wat kan, die betrouwbaar is en wat voor hen kan betekenen. Perfect ben ik zeker niet: ik kan je naam vergeten, te druk zijn, onhandig en ongezellig zijn. In de loop van de tijd heb ik geleerd mijn emoties te tonen, maar moet daar nog altijd moeite voor doen. Toch, ik doe mijn best. Maar voor Meer d>n Nu is denk ik het belangrijkste dat ik een ideeënmens ben en voor die ideeën kan putten uit een enorme bron van ervaringen, vrienden en vaardigheden. Een beeld vanuit de verschillende kringen die ik om mij heen kan trekken.

De kleinere kringen

Wij
Mijn vrouw, Loes, is deel van mij en ik van haar. Zij is gepassioneerd bezig met de zeggenschap van mensen met een (verstandelijke) beperking en alle vraagstukken van wils(on)bekwaamheid daar omheen.

Mijn zoon, Twan, is een bron van vaderlijke trots en zorg. Andere vaders zullen dit herkennen. Leverancier van o.a. de lekkerste zalm ter wereld.

Familie
Mijn vader en moeder waren uitzonderlijke mensen. Samen waren ze dag en nacht bezig met hun apotheekhoudende huisartsenpraktijk, letterlijk en figuurlijk midden in het dorp ‘s-Gravendeel. Beide hadden ook een bestuurlijke kant en dat vond ik toen wel zo boeiend. Mijn ouders zijn inmiddels overleden, maar als kinderen werken we in hun geest door, bijvoorbeeld via de Wijnand Noordhoek Foundation. Al meer dan 30 jaar zijn we actief in Oeganda.

Hoeksche Waard
Het dorp ’s-Gravendeel ligt in de Hoeksche Waard, Zuid-Holland. En hoewel ik in meer dan 10 plaatsen door Nederland heen met plezier heb gewoond, liggen hier mijn wortels. Naar school ging ik in Oud-Bijerland, 20 kilometer verderop, tegen de wind in. Daar ligt ook een – kuch – roemrucht verleden als discjockey (ja, echt). Nog steeds kom ik met enkele vrienden uit die tijd bij elkaar. We zijn nu heel braaf. Na de Hoeksche Waard heb ik vele jaren in allerlei plaatsen gewoond om uiteindelijk terecht te komen in …

Gouda
Wij wonen en werken in een prachtig pand in een heerlijke stad. Maar anders dan in menig dorp, moet je er wel voor open staan om onderdeel van die stad te zijn. Een aantal jaren geleden hoorden we via het nieuws dat er iemand lange tijd dood heeft gelegen in een pand niet ver van ons. Dan schrik je en haal je de banden met de buren verder aan. Maar er zijn ook meer positieve redenen om actief in de stad te zijn. We sporten samen en in clubverband. Zelf ben ik lid van een serviceclub en ben ik cultureel actief, o.a. als voorzitter van de stichting die de stadsdichtersverkiezingen organiseert.

IMG_1554
ouders

De grotere kringen

‘Bij het jubileum van communicatiebureau Quantasie werden klanten geïnterviewd over de vraag welke associaties zij hadden bij het woord ‘interessant’.

Schermafbeelding 2015-09-13 om 13.50.32

Werkkringen

Ik heb een beetje een omgekeerde carrière gehad. Net afgestudeerd, in een kleine baan waarvan ik dacht dat het mij vrij zou laten om te promoveren, werd binnen een maand mijn toenmalige baas ernstig ziek en zou uiteindelijk niet meer terugkeren. Vanuit het kleinste kamertje liep ik het gebouw door naar de directiekamer en werd verantwoordelijk voor de verzelfstandiging van een publiekrechtelijk orgaan (‘PAO Bedrijfs- en Bestuurswetenschappen’) met meer bestuurders dan medewerkers en een publieke financiering die in 5 jaar van 100 naar 0% moest. Dat is gelukt, al was het heel erg tegen de wind in werken. Zo’n ervaring vormt je. Te jong om als manager door te gaan, wilde ik eindelijk een vak gaan uitoefenen: dat van opleider. Op de beste plek denkbaar: bij Managementcentrum De Baak. Daar heb ik ontzettend interessante ervaringen opgedaan. En nog iets extra’s: de kennismaking met het thema ‘kwaliteit’, net op het punt dat de aandacht voor dit thema op doorbreken stond. Het thema bracht me onder andere naar Groot-Brittannië, waar ‘Citizen’s Charters’ groot werden. In die tijd heb ik veel contacten en opdrachten gehad voor de Britse Cabinet Office, eerlijk gezegd met het oog op een internationale carrière. Alleen, juist de vraag vanuit Nederlandse overheden naar kwaliteitsbenadering groeide en groeide.

Dat paste op een gegeven moment ook niet meer binnen De Baak en ben ik mijn eigen onderneming gestart: Northedge B.V. Daarna is het hard gegaan en ontstond een leidende positie als het ging om discussies over de kwaliteit van dienstverlening en instellingen binnen de (semi) overheid. Om mij heen ontstond een kleine ondersteunende organisatie en een schil van fantastische freelancers.

Datzelfde gebeurde ondertussen met Stichting Raad op Maat, waar mijn vrouw leiding aan gaf en geeft. Inhoudelijk waren en zijn de verschillen groot, organisatorisch deden en doen we veel gemeenschappelijk. Rond 2004 zochten we naar een plek waarin we door konden groeien, maar met de locatie ging het mis. En omdat we allebei vooral inhoudelijk gericht zijn, besloten we de organisaties juist af te bouwen. Teleurstellend, maar achteraf een geluk: toen de crisis kwam waren we er helemaal klaar voor. De tijd die daarmee vrijkwam, werd in mijn geval al snel ingevuld door de vraag om als campagneleider (vrijwilliger) aan de slag te gaan. Fijn, want dan kon ik mijn behoefte aan leidinggeven alsnog kwijt. De crisis hebben wij persoonlijk en zakelijk niet ervaren als een crisis, maar wel als een periode van bezinning en verdieping. Het thema’ kwaliteit’ heb ik als het ware herontwikkeld via een boek en latere activiteiten op verenigingsniveau (zie hieronder). Het heeft voor een stevige basis gezorgd van boeiend werk, met daarnaast altijd wel wat bijzondere projecten van een andere orde.

En die opleidingskant? Bij het begin van Northedge kwamen er zo veel opleidingsvragen op dat we daarvoor een apart bedrijf hebben opgericht: Northedge Opleidingen B.V. Gedurende meerdere jaren hebben de docenten, waaronder ikzelf vele trainingen verzorgd, in het bijzonder voor auditoren en wetgevingsjuristen. Ook dat werd minder, mede doordat ikzelf steeds meer de adviseur en schrijver werd. Maar ik miste het trainen wel. Gelukkig is erdoor de heroriëntatie ook een nieuwe vorm van auditortraining en begeleiding ontstaan en ben ik via het CDA veel gaan trainen. Uiteraard op basis van vrijwilligheid, maar daar staat zoveel ‘geestelijk inkomen’ tegenover, dat het allerminst een opoffering is.

Ergens op mijn werksite staat een CV met activiteiten vanaf de start van Northedge. Misschien wat veel van het goede. In de praktijk werkt het zo dat ik een beperkt aantal grote opdrachtgevers heb waar ik (zonder vast contract) vaak jaren voor werk, en daarom heen vele kleinere trajecten en opdrachten doe, dwars door alle lagen van overheid en samenleving heen. Het is prachtig werk, maar ook werk met veel onzekerheden er omheen. En daarin leer je dan ook, zoals dat heet, je vrienden kennen. Ik prijs mij gelukkig met een groot aantal (ex-) opdrachten en concullega’s waarmee de contacten vaak ook jaren na de opdracht nog goed zijn. Wanneer maar even mogelijk breng ik die mensen weer bij elkaar. Wat naar het volgende toe leidt.

cdadpnbuma
IMG_0421
handtekeningopmuur
Schermafbeelding 2018-04-27 om 14.35.41

Verenigingskringen

Ik vertrouw op de samenleving, niet in het minst via de vorm van verenigingen. Dat doe ik veel meer dan ik vertrouw op de markt of heil verwacht van de overheid. Tegelijk kan verenigingswerk stroperig en moeizaam zijn. Nou ja, dan doe je daar toch wat aan? Al vanaf mijn vroegste jeugd heb ik verenigingen opgericht en verder gebracht, zowel zakelijk als in de privésfeer. Ik ben de tel allang kwijt. En ver in mijn carrière heeft deze verbinding met verenigingen een onverwacht vervolg gekregen, doordat ik mij meer en meer ben gaan toeleggen op het ontwikkelen van kwaliteitsstelsels op het niveau van branche-, sector- en beroepsverenigingen. Dat is geen toeval, want daar komen kwaliteitsvragen vroeg of laat samen. Dat bracht mij nog meer dan voorheen in contact met verenigingsbestuurders en hun ondersteuners. Dat leidde vervolgens weer tot (inter)nationale contacten met vele andere verenigingen. Het vervolg: De Nederlandse Associatie, DNA, de ‘vereniging van verenigingen’ en een nieuwe reeks mooie activiteiten, waaronder iets in academische kringen.

Academische kringen

Bij mijn afstuderen zei mijn hoogleraar mij: “Je bent er zo dichtbij’ en hij hield zijn duim en wijsvinger erg dicht bij elkaar. Hij bedoelde dat ik een afstudeerscriptie had gemaakt die heel goed was ontvangen en dat ik er zo een proefschrift van kon maken. Het onderwerp was ‘deregulering’ en ik heb er inderdaad veel aan gedaan. Het won zelfs een eervolle vermelding in een prijsvraag voor beste juridische scriptie van 1985. Maar het toeval wilde dat ik in een organisatie terecht kwam – dat eerder genoemde PAO – dat gedereguleerd en geprivatiseerd moest worden. Dat was teveel van het goede. Maar misschien legde ik de lat ook wel te hoog. Hoe dan ook, in 2019 gaat het er van komen: een proefschrift met als titel ‘Trusting associations’: ‘Vertrouwen in verenigingen’. Inhoudelijk komt daarin veel bij elkaar wat ik in de afgelopen decennia aan werk heb gedaan. En ondertussen zijn er in de vele artikelen die ik de afgelopen jaren heb geschreven ook de nodige op academisch niveau geschreven en gepubliceerd. Daarbij is het gesprek in mijn wetenschappelijke kringen doorgaans een genot. Een echte wetenschapper zal ik mij nooit voelen, met of zonder doctorstitel, maar er naar streven blijft een verleidelijke bron van frustratie.

Politieke kringen

Ik ben de zoon van een huisarts die in het dorp waar we leefden feitelijk boven de partijen stond. Als de politiek er niet uitkwam, bijvoorbeeld op het punt van sport en de zondagsrust, dan mocht hij de brugfunctie vervullen. Dat vond ik inspirerend. Maar dat maakte het kiezen voor een partij niet makkelijker, onder andere omdat ik mij realiseerde zelf niet gelovig te zijn op de manier van mijn ouders. Wat is een politieke partij eigenlijk waard? De tijdgeest en mijn eigen generatie was erg links, reden voor mij om ook nieuwsgierig te zijn naar ‘hardere’, meer geopolitieke invalshoeken. Iedereen was bezig met het oprichten of splitsen van partijen, reden voor mij om juist voor schaalgrootte te pleiten. Weg met de versplintering – ik zeg het nog steeds.

Keuze

Na een bezoek aan de VS en mij realiserend dat het in Nederland nooit zo ‘simpel’ zou worden, vond ik het tijd om een keuze te maken. In 1982 koos ik voor het CDA. Het was een fusiepartij, net gevormd. In dat fusieproces waren nieuwe beginselen geformuleerd. Die waren nogal abstract verwoord, maar spraken mij wel aan: gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap. Er was een spannend moment toen de discussie speelde of je gelovig moest zijn om die beginselen te kunnen onderschrijven. Dat was niet zo. Wel fungeert voor het CDA de Bijbel als richtsnoer en inspiratiebron en dat vond en vind ik prima. Niet alleen omdat zeker het Nieuwe Testament om waarden draait die ik als universeel beschouw, maar omdat ik inzag dat ik ook een kind van mijn omgeving en opvoeding was en mij daar, anders dan veel van mijn generatiegenoten, niet voor schaamde of tegen verzette. Het gaat mij er om dat je je bewust bent van de bagage die je mee krijgt uit je leven en je opvoeding en het beste ervan inzet in de relatie met anderen.

Van kring naar kring

In een politieke vereniging reis je als het ware van kring naar kring, afhankelijk van zowel je eigen belangstelling als op basis van wat anderen in je zien. Voor mij was het logisch om te beginnen bij het CDJA, de jongeren. Dat was leuk en al snel had ik een bestuursfunctie en richtte ik een afdeling in mijn dorp op. Alleen hoorde ik – indirect, wat me misschien nog wel meer dwarszat – dat een verdere carrière er niet in zat omdat ik niet gelovig was. Dus toch een barrière? Hoe dan ook, de studie stopte, het werk begon en al snel had ik het te druk om direct politiek actief te zijn. Indirect wel: ik maakte mij in die tijd al druk over de kwaliteit van de publieke dienstverlening en uit Groot-Brittannië haalde ik het idee voor ‘citizen’s charters’. Dat idee kon ik in het CDA-verkiezingsprogramma krijgen en tot regeringsbeleid verheffen. Toch was mijn inzet beperkt. Totdat ik, inmiddels getrouwd en in wat rustiger vaarwater terechtgekomen, verhuisde en in mijn nieuwe woonplaats Berkel en Rodenrijs ontdekte dat partijlidmaatschap een prachtige manier is om je eigen dorp te leren kennen. In de lokale kring kunnen abstracte kwesties al snel heel concreet worden en moet je er wat van maken. Een prima leerschool dus. Toch, al snel besefte ik dat het lokale niet mijn weg was: die weg was mijn vader al op een andere manier gegaan en zo goed als hij voelde ik mij niet. En vanuit het lokale werd er juist al snel naar mij gekeken voor meer bovenlokale zaken. Het zou de entree worden in een ware politieke wervelstorm.

Crashende kringen

Het begon met regionale activiteiten: Oostland, de regio rond mijn woonplaats Berkel en Rodenrijs, al snel gevolgd door het OOR, de Rotterdamse regio in oprichting. Van daaruit maakte ik direct de stap naar wat toen de ‘Kamerkring Leiden’ heette en het oostelijk deel van Zuid-Holland omvatte (spoedig daarna zou de provinciale afdeling Zuid-Holland worden gevormd, een fusieproces waar heel wat uren in zouden gaan zitten). De Kamerkring zou mijn introductie worden tot de landelijke politiek. Dit niet in het minst omdat er krachtige vrouwen en mannen kwamen als Hannie van Leeuwen en Hanja Maij-Weggen. Zij lieten mij door hun dossierkennis, scherp verwoorde standpunten en handig manoeuvreren zien dat, goed uitgevoerd, politiek een vak is, te beoefenen met de toewijding van een topsporter. Zij legden de lat hoger voor mij. Maar ondertussen was het onrustig. Het waren de dagen van het laatste kabinet Lubbers. Zoals vaker wilde de achterban iets anders dan wat de partijleiding nodig vond. Het niveau waar ik nu op terecht kwam was het niveau waar die strijd het hardste werd gevoerd. Vanuit de Kamerkring hadden we heel wat Kamerleden in Den Haag actief en die moesten de strijd voor ons voeren. Regelmatig knetterde het. Ik bekeek het allemaal aandachtig, maar mijn energie was ook bij mijn werk en ik voelde mij niet lekker bij de partijdwang van die dagen.

En opeens was het 1994 en leed mijn partij een enorme verkiezingsnederlaag. Ik hoorde hoe Lubbers zijn opvolger Brinkman passeerde, ik was erbij op de trieste uitslagenavond. Zelfs toen wisten we elkaar nog moed in te spreken, maar eigenlijk wisten we dat het afgelopen was. Wat ik niet wist, of verwachtte, was hoe prettig ik de nieuwe situatie zou vinden. Ik geloofde niet dat de klassieke vergaderstructuren ons geholpen hadden in het voorkomen van de crisis. Veel meer geloofde ik in een projectmatige manier van werken, in het alles anders doen. Oppositie creëerde ruimte om te doen waar ik voorheen overal toestemming moest vragen. Omdat er gevaar dreigde dat het conservatieve zuiden af zou splitsen van het meer progressieve westen, nam ik samen met Herman Kaiser, een collega uit het zuiden, bijvoorbeeld het initiatief om 7 vertegenwoordigers uit het westen en 7 uit het zuiden bij elkaar te brengen in een ‘Moerdijkoverleg’. Ook was er de start van het dertigersberaad en allerlei andere initiatieven om het CDA tot leven te brengen. Het fragment met de krokodillen uit de James Bond film ‘Live and Let Die’ dat op een congres liet zien, heeft menigeen onthouden, waaronder de jonge Maxime Verhagen. Ik werkte in die tijd bij De Baak, het managementstudiecentrum van VNO-NCW, en vanuit die achtergrond als coach en opleider kreeg ik steeds meer te doen. Dat waren opleidingen voor lokale afdelingen, maar ook steeds meer bijzondere projecten, vooral bedoeld om zaken op te schudden. Op een gegeven moment leidde dat weer tot een positie als adviseur binnen het partijbureau. Het ware geen gemakkelijk tijden, om het mild te zeggen. Een verdeelde lekkende partij, dolende bestuurders, gemangelde medewerkers. Toch, heel langzaam, trok het schip weer recht. Ook voor mijzelf werd het spannend. Ik was gespot als talent. De nieuwe voorzitter, Hans Helgers, wilde een radicale vernieuwing en daar paste ik in. Ik aarzelde. Kon ik als niet-gelovige wel vertegenwoordiger van het CDA zijn? Ik besloot een artikel in CDV, het blad van het Wetenschappelijk Instituut te schrijven onder de titel ‘De niet-gelovige in het CDA’. De reacties daarop waren ronduit positief (al is er daarna nooit meer zo’n artikel gepubliceerd). Velen deelden hun eigen twijfels met mij. Bemoedigd stelde ik mij kandidaat voor de Tweede Kamer. De selectiecommissie kon toen nog een nummering maken en zette mij bij de eerste 10. Uiteindelijk zou ik de eerste vijftig niet eens halen. De voorzitter won het niet van de zittende Kamerleden. Het was de eerste van een paar teleurstellingen. Een partijlidmaatschap wordt al snel een les in het omgaan in teleurstellingen. Veel mensen verlaten daarom de partij. Ik bleek een blijver. Een blijver op de achtergrond: trainer, coach, organisator, analist, schrijver. Een vrije rol dus. En dan leer je nog iets over politieke partijen: ze kunnen slecht omgaan met leden die geen formele functie hebben. Ik deed gewoon mijn ding, maar voelde de weerstand groeien. Wie is die man die zomaar met iedereen praat? Dat probleem werd opgelost toen ik in 2006 werd gevraagd om campagneleider te worden. Ah, zag je de ogen opklaren, hij is dus campagneleider. Grappig, iedereen kon mij opeens plaatsen. Toch hou ik een intuïtieve afkeer van etiketten. Het gaat om wat je doet, niet om wie je bent. En dus doe ik wat mijn handen vinden en probeer ik in anderen steeds de mens te zien, niet de functie.

Voor een overzicht van alle politieke functies

Acht generaties Kamerleden, zeventien campagnes, tientallen trainingen en ontelbare bijeenkomsten later, is dat niet anders. Wat heet, het is sterker geworden. Ook op Europees niveau mag ik nu actief zijn. Voor het eerst raakt nu mijn werk ook de politiek; als lead-auditor stuur ik nu een klein internationaal team aan dat het Martens Centre for European Studies doorlicht; het Europese platform voor wetenschappelijke instituten van de Europese Volkspartij. Het blijft overigens vrijwilligerswerk – en hard werk, omdat wel professionele maatstaven gelden. En al met al ben ontzettend rijk geworden aan alle mensen, momenten en plaatsen waar ik heb mogen zijn.

Wat niet betekent dat het altijd rozengeur en maneschijn is geweest.

Lid zijn van het CDA is een bijzondere ervaring, vooral als je in een omgeving werkt en woont waar weinig lotgenoten te vinden zijn. Zit je een partij in de regering, dan ben je een krabpaal voor iedereen die het met het kabinet oneens is en je leider een ramp vindt voor het land. Zit je in de oppositie, dan wordt de bitterheid van de nederlaag je met genoegen ingewreven. Dat wordt extra lastig als je het inhoudelijk niet eens bent met de eigen partij. En dat overkomt mij permanent, al was het maar omdat ik niet wens te blijven hangen in de waan van de dag en ‘de’ politiek dat voortdurend doet. Dat ik het CDA dan toch trouw blijf (en voor die partij sta; kom maar op met je kritiek!) heeft te maken met haar beginselen en haar traditie van gemeenschapsdenken; je bekommeren over een ander. Niet de partij als instituut zit in mijn botten, maar die uitgangspunten – en vaak herken ik die eerder in de houding van mensen die ik ontmoet, dan in de woorden die er rond gaan. En als er dan al iets gezegd moet worden, dan vat ik dat samen in drie woorden: Meer dan Nu. CDA’ er of geen CDA’er, religieus of niet, de mensen die het verschil maken zijn degenen die goed kunnen genieten van het hier en nu, maar ook voorbij het moment kunnen kijken naar wat er nodig is voor morgen en overmorgen. En daar verantwoordelijkheid voor nemen. Want er is Meer d>n Nu.

De kleinste kring

De kleinste kring

De kleinste kring ben en blijf jezelf. De lezer heeft, neem ik aan, al meer dan genoeg over de buitenkant gelezen, wat gezien kan worden. Weet dat er naast deze zichtbare kant, de kant die het heerlijk vindt om voor een groep te staan en gelezen te worden, ook de stille kant is. De kant die weer de balans en de verdieping zoekt. Dat uit zich soms in een gedicht als deze, op mijn 60e voorgelezen voor een kring van vrienden en familie. Waarmee de kring rond is.